
De gemeente Amsterdam heeft een veiligheidsrisicogebied in het centrum ingesteld vanwege demonstraties over Syrië. De politie zou signalen hebben ontvangen dat er mensen of groepen op afkomen die mogelijk ‘uit zijn op ongeregeldheden’.
Het veiligheidsrisicogebied is sinds vrijdagmiddag 16.00 uur van kracht in het gebied rond Amsterdam Centraal en de Dam. Volgens de gemeente komt dat doordat er demonstraties over het conflict in Syrië plaatsvinden.
De politie heeft signalen dat er mogelijk personen of groepen op de demonstraties af zouden komen die ‘uit zijn op ongeregeldheden’, meldt een woordvoerder van burgemeester Halsema. „Een veiligheidsrisicogebied draagt bij aan een veilig verloop van de demonstraties.”
Veel agenten te been
Tot wanneer het veiligheidsrisicogebied geldt, is nog niet bekend, zegt een woordvoerster van de gemeente. Het is niet duidelijk welke organisaties de demonstraties organiseren.
Het instellen van een veiligheidsrisicogebied betekent dat iedereen in het gebied preventief kan worden gefouilleerd, bijvoorbeeld op het bezit van wapens.
Een verslaggever van het ANP ziet dat bij Amsterdam Centraal even voor 17.30 uur al veel politieagenten aanwezig zijn. De agenten zijn onder meer uitgerust met schilden.
Aandacht voor de Koerden
Op sociale media circuleert een oproep om vanaf 18.00 uur bij Amsterdam Centraal te demonstreren voor solidariteit met de Koerden. Dat is een minderheidsgroep in onder meer Noord-Syrië die de afgelopen dagen te maken kreeg met veel geweld.
Hiervoor werd eerder ook al in Den Haag bij Buitenlandse Zaken gedemonstreerd, omdat de situatie in Syrië, specifiek voor de Koerden, niet veilig zou zijn. Zo zijn onlangs duizenden IS-strijders ontsnapt uit gevangenissen door aanvallen op de Koerden, die de gevangenissen normaal gesproken bewaken.
Ook zouden de Koerden, een minderheidsgroep in Syrië, worden teruggedrongen. Ze hebben namelijk een semiautonome regio in onder meer het noorden van Syrië, maar die wordt nu steeds kleiner door aanvallen van HTS, namens interim-president Ahmed al-Sharaa.