
Een Nederlandse kinderarts is na een wekenlange zoektocht geïdentificeerd als de derde en laatste persoon die het leven redde van de Amsterdamse Peter Offermans (53) op een Oostenrijkse skipiste. Ze herkende het verhaal van de zwaargewonde snowboarder nadat een vriendin haar een artikel van deze site had doorgestuurd.
Eerder vond Peter via een oproep op sociale media al de twee andere Nederlanders die direct in actie kwamen toen hij eind februari na een harde val een hartstilstand kreeg. Nu is het drietal compleet. „Ik ben heel blij dat we haar gevonden hebben”, reageert Peter.
De twee hebben alleen nog contact per e-mail gehad, telefonisch contact volgt nog. Het gaat om een vrouwelijke kinderarts die vanuit haar werk precies wist wat ze moest doen. „Ze bevestigt dat de twee anderen al goed bezig waren met reanimeren voordat ze ter plekke kwam.”
Schedel gelicht
Het leven van Peter hing eind februari aan een zijden draadje. Bij de afdaling van de Isskogel, waar hij met zijn 15-jarige zoon was, maakte hij een onhandige beweging op zijn snowboard.
De vader klapte achterover met zijn achterhoofd op de sneeuw. „Dat veroorzaakte ondanks de helm een bloeding, en die veroorzaakte weer een hartstilstand”, blikte hij eerder al terug. Zijn zoon twijfelde geen seconde, belde de hulpdiensten en waarschuwde omstanders.
Drie Nederlandse wintersporters aarzelden niet en begonnen met reanimeren. Het bleek Peters redding. Na een helikoptervlucht werd in een kliniek in Innsbruck zijn schedel gelicht om de bloeding te stoppen.
Daarna werd hij twee weken in coma gehouden. Inmiddels herstelt hij in rap tempo in Nederland. Werken is nu nog te veel gevraagd, maar hij herinnert zich alles en beweegt goed.
Koudwatervrees
Nu zijn redders in beeld zijn, wil hij zijn eigen missie voortzetten: anderen inspireren een reanimatiecursus te volgen en in actie te komen bij nood. „Bij een incident zijn er altijd heel veel mensen in paniek, heel veel mensen die staan te kijken, maar er zijn weinigen die écht wat doen”, aldus Peter. „Iedere minuut telt en heeft impact op hoeveel je nog kunt nadat je hart heeft stilgestaan.”
Dat in zijn geval direct werd gehandeld, is geen vanzelfsprekendheid. Uit onderzoek van de Hartstichting blijkt dat één op de vier Nederlanders een reanimatiecertificaat heeft, maar dat slechts 5 procent zich daadwerkelijk aanmeldt als burgerhulpverlener. Vaak speelt koudwatervrees een rol: 62 procent van de mensen is bang dat een slachtoffer overlijdt door een fout van de hulpverlener.
„Die angst is heel begrijpelijk, maar onterecht”, legde programmamanager Leonie van der Leest van de Hartstichting eerder uit. „Bij een hartstilstand is snelle actie cruciaal. Door wél te starten met reanimatie geef je iemand een kans om te overleven. Als je niets doet, is de overlevingskans zo goed als nul.”
Helden
Snel ingrijpen, zoals bij Peter gebeurde, is dus van levensbelang. In Nederland krijgen elke dag zo’n 45 mensen buiten het ziekenhuis een hartstilstand. Burgerhulpverleners zijn gemiddeld 2,5 minuut sneller ter plaatse dan een ambulance. Bij de ruim 12.000 reanimatiemeldingen per jaar worden acht van de tien reanimaties door hen gestart.
Zodra hij er klaar voor is, gaat Peter zelf een reanimatiecursus volgen. Het snowboarden laat hij definitief achter zich. „Ik ben vooral extreem dankbaar dat ik er nog ben, en ben ontzettend blij met de mensen die mij hebben geholpen. Zij zijn echt helden. Zo zie je maar: reanimeren redt mensenlevens.”