Soepeltjes manoeuvreert minister-president Rob Jetten zich door zijn eerste wekelijkse persconferentie. De contouren van de methode-Jetten zijn zichtbaar: duidelijke taal, een vleug optimisme, en veel kijkjes achter de schermen.
Zelfde zaaltje, dezelfde journalisten, het vertrouwde rood-wit-blauwe achtergrondje. Premier Rob Jetten stapt vrijdagmiddag het podium op van een decennia-oude traditie: de wekelijkse persconferentie.
„Ik ben gewaarschuwd: hier komt alles aan bod’’, zegt Jetten. Daarom krijgen premiers steevast een mapje mee, met spreekpunten per onderwerp. Jetten hoeft er niet naar te grijpen.
De minister-president manoeuvreert zich behendig door de vragensalvo’s. Jetten blijft binnen de lijntjes, gebruikt oneliners (‘stap voor stap’) en verder is het: de nul houden, geen nieuws maken.
Op de vraag welke vroegere minister-president zijn voorbeeld is, volgt niet echt een antwoord. Hijzelf kent Rutte natuurlijk, en Balkenende en Kok vooral van tv. „Maar hier staat een andere premier, ik zal mijn eigen weg moeten vinden.’’
Vleugje peptalk
Die eigen smoel tekent zich al een beetje af. De D66-premier leent een vleug peptalk en optimisme van Rutte. „We leven in een land waar we elkaar de put in gepraat hebben’’, zegt Jetten. „We moeten met optimisme aan de slag.’’ Echo’s van Ruttes ‘gaaf land’.
Maar waar Rutte lange tijd weigerde te ‘normeren’, grijpt Jetten een social mediaflatertje van minister Hans Vijlbrief meteen aan om een brede oproep te doen. Tel even tot tien tot je iets online plaatst, doceert Jetten. „We hebben lang geen rem gevoeld, dus ik zeg: denk even wat langer na.’’
Vijlbrief had onder een post het liedje Pause van Milolaathetlukken gezet. De zin ‘bitches willen met me naar bed’ zorgt voor beroering. „Een ongepast nummer onder een prachtige foto’’, aldus Jetten.
Homohaat online
Tegelijkertijd deelt de nieuwe premier op sociale media bewust veel van zijn privéleven. Jetten is verloofd met profhockeyer Nicolás Keenan. Hun levensgeluk wil hij juist laten zien, ook als antwoord op de homohaat online. „Ik laat me niet klein maken door die haters.’’ Maar de privébeelden en online kijkjes achter de schermen zijn bijzaak: kabinetsplannen zijn belangrijker.
Dus gaat Jetten deze maandag kennismaken met de vakbonden in het Catshuis, het gevoelige AOW-plan zal onderwerp van gesprek zijn. Dat plan moet verzacht worden. Al wil Jetten er nog geen definitief afscheid van nemen. Alles moet, daar is-ie weer, immers ‘stap voor stap’. Jetten spreekt geregeld in (allitererende) woordpaartjes. De zaak is klip en klaar, bonden zijn stellig en stevig.
Retorisch is Jetten verder nog niet echt te vangen. Anders dan Ruud Lubbers spreekt Jetten recht toe rechtaan. Rutte was een aparte categorie, die spéélde met de zaal vol journalisten. Hij was dan kortaf of juist héél technisch. Of Rutte verwees naar een vakminister. De VVD’er had vele vluchtheuvels. Beproefd was deze: „Alles wat ik er nu over zeg, maakt het gevoelige traject alleen maar moeilijker.’’
Ploeterende Schoof
Voor diens opvolger Schoof was het vooral ploeteren. Schoof gebruikte stopwoorden, zeg maar, en hij beschikte over de onhandigheid dat hij, zeg maar, nare recensies, zeg maar, zélf versterkte. „Geen racisme in het kabinet.’’ We zijn ‘geen kleuterklas’.
Jetten hoefde nog geen retorische reddingsboei te grijpen. Het zijn de wittebroodsweken, de echte test komt nog. Voorlopig moet Jetten vooral wennen dat het om hém gaat als men het over ‘de minister-president’ heeft. „Dan duurt het wel tien seconden tot ik denk: dit gaat over mij.’’