
Pas 11 jaar oud is Veruschka als haar moeder niet meer thuis komt na een avondje karaoke. Op de parkeerplaats bij Ahoy wordt Mariska Klompenhouwer (35) seksueel misbruikt en overreden. Exact 25 jaar later zoekt haar dochter antwoorden. „Ik lijk op haar. Wie weet krijgt iemand schuldgevoelens als die mij ziet.”
Het is de vroege ochtend van zondag 29 april 2001, een dag voor Koninginnedag. Altijd slaapt Veruschka samen met haar alleenstaande moeder in het tweepersoonsbed. Maar nu is de plek naast het 11-jarige meisje leeg. „Ik keek in de huiskamer, om het hoekje van de keuken. Maar mijn moeder was er niet. Dat gebeurde nooit. Ze ging vaker uit, maar kwam altijd thuis. Altijd’’, blikt de nu 36-jarige Veruschka van Dijke terug op de nacht die haar leven voorgoed veranderde.
De avond voor ze alleen wakker wordt, heeft ze haar moeder de laatste keer gesproken. In een café aan de overkant van hun huis aan de Verschoorstraat in het Rotterdamse Charlois. „Ze zei dat ze nog naar een karaokebar ging. Ze hield van zingen.’’
Thuis kijkt Veruschka uit het raam. Het is de laatste keer dat ze haar moeder levend ziet. Ze stapt samen met een onbekende man in een taxi. Na een avondje zingen in de kroeg aan de Hillevliet – ‘ik heb gehoord dat ze best vals zong’ – overkomt haar moeder op weg naar huis, op weg naar haar dochter, het onvoorstelbare.
‘Ik wist: ze leeft niet meer’
Onwetend van het drama dat die nacht is gebeurd, gaat het meisje buitenspelen. ,,Het was een mooie dag. Ik hing een briefje op het raam. Dat ik op het pleintje was. Zodat ze mij kon vinden.’’ Maar haar moeder komt nooit meer thuis.
Haar vader treft zijn dochter alleen thuis aan en neemt haar mee. ,,Hij belde ziekenhuizen om te kijken of ze daar was. Gaf de politie een beschrijving van hoe ze eruitzag. Vijf minuten later belde de politie al terug. Ze komen met twee mensen langs.’’
Al is ze dan pas 11 jaar oud, Veruschka beseft direct wat dit betekent. „Ik wist: ze leeft niet meer.’’ Als de rechercheurs binnenkomen, sturen ze het meisje naar de keuken. „Mijn vader kreeg foto’s voor zijn neus. Om haar te identificeren. Ik hoorde in de keuken zijn gesnik. Alsof hij geen adem meer kon halen. Dat gesnik hoor ik nu nog altijd.’’
‘Ik wist gelijk: Mama is vermoord’
Als de vrouwelijke rechercheur naar de keuken gaat, ziet ze dat het afschuwelijke nieuws al bij Veruschka is doorgedrongen. „Het enige wat ze zei was: ‘Meissie, het spijt me zo’. En daarna pakte ze mij beet.’’
Boosheid is de eerste emotie die ze voelt. Boosheid op haar moeder. „Waarom was ze weggegaan? Waarom die avond?’’ Er is ook boosheid op zichzelf en op de situatie waarin ze nu terecht is gekomen. In stukjes krijgt ze informatie over de fatale nacht. „Nog die eerste avond wist ik: Mama is vermoord.’’
Overal dacht ik: Loop ik nu op de plek waar mijn moeder lag
De Rotterdamse herinnert zich nog goed hoe ze de eerste keer na de moord naar Ahoy ging, voor een vaccinatie. „Overal dacht ik: Loop ik nu op de plek waar mijn moeder lag?’’
Het gemis is het sterkst op momenten dat een dochter juist haar moeder nodig heeft. De eerste keer dat ze ongesteld wordt. Als ze ontdekt dat ze zwanger is. Als ze haar zoontje krijgt.
Tatoeage van slang als herinnering
Twee tatoeages herinneren haar dagelijks aan haar moeder. De ene is de naam van het paard dat ze samen hadden. De andere is een slang, het Chinese sterrenbeeld dat ze deelden. „Die slang staat voor ons beiden. Al toen ik 13 was, wist ik dat ik deze tatoeage wilde.’’
Ze draagt haar moeder bij zich, maar kiest er bewust voor het gruwelijke einde niet haar leven te laten domineren. Ze gaat ’s nachts alleen over straat. Voedt haar zoon op zonder hem overdreven te beschermen. „Ik dacht al jong: Ik kan mijzelf opsluiten of kiezen voor het leven. Ik koos voor het laatste.’’
Tekst gaat verder onder de foto.
Afgelopen jaar wordt ze net zo oud als haar moeder werd: 35 jaar. Dan beginnen de vragen te knagen. „Mijn zoon, nu 17 jaar oud, heeft zijn oma nooit leren kennen. Door wat deze persoon heeft gedaan. Het is gewoon niet eerlijk dat die er zo mee weg komt. Zonder dat wij antwoorden hebben. Ook wij hebben daar recht op.’’
Eindelijk kan ze vragen stellen
Ze zoekt een advocaat, maar dat loopt op niets uit. Drie maanden later krijgt ze een telefoontje: het coldcaseteam van de Rotterdamse politie heropent het dossier. „Ik had vroeger het gevoel dat mijn moeder meer aandacht niet waard was. Dat ze nu zo hun best doen, dat ze wordt gezien als mens, geeft zo’n fijn gevoel.’’
Wie weet krijgt iemand een schuldgevoel als die mij ziet. De dader, of iemand anders die meer weet. Daar hoop ik op.
Veruschka
Ze krijgt ook de kans vragen te stellen die ze al zo lang heeft. Acht vragen zet ze op de mail. „Ik dacht dat ze seksueel misbruikt was, omdat ze half ontkleed was. Maar pas nu weet ik dat zeker. Vreemd genoeg voelt dat als een opluchting. Dat ik nu zekerheid heb.’’ Maar andere vragen blijven onbeantwoord, omdat alleen de dader de antwoorden kent.
‘Soms heb ik nachtmerries’
De politie vermoedt dat Mariska Klompenhouwer die nacht bij de karaokebar vergeefs naar een taxi zocht en op weg naar huis in een auto stapte of werd gesleurd. De chauffeur bracht haar niet naar huis, maar naar de parkeerplaats bij Ahoy. Mariska zou op het parkeerterrein zijn misbruikt, overreden en voor dood zijn achtergelaten. „Ik wil niet aan haar laatste momenten denken. Ik wil haar herinneren zoals ze was. Hoeveel ze van mij hield. Maar soms heb ik nachtmerries. Nachtmerries over wat er is gebeurd.’’
Veruschka weet nog goed hoe na de moord haar vader meermaals werd verhoord. Dat de politie hem als verdachte zag. „Maar ik heb dat zelf geen seconde gedacht. Ik kende mijn vader, die ondertussen is overleden. Ik heb zijn snikken gehoord.’’
Exact 25 jaar na de moord doet de politie een ultieme poging meer te weten te komen. Met hulp van Veruschka. Ze doet haar verhaal in de media en maandagavond in Opsporing Verzocht. Daarin worden ook camerabeelden en een reconstructie van de avond getoond.
De Rotterdamse is bewust herkenbaar in beeld. Al ziet ze op tegen de reacties. „Ik was altijd selectief in wie ik wel en niet vertelde dat mijn moeder was vermoord. Straks weet iedereen het. Maar ik wil mijn gezicht laten zien. Ik lijk op mijn moeder. Wie weet krijgt iemand een schuldgevoel als die mij ziet. De dader, of iemand anders die meer weet. Daar hoop ik op.’’