
De partner van de vrouw die vorig jaar in Hellevoetsluis door haar zoon om het leven werd gebracht, heeft in de rechtbank verteld wat hij aantrof toen hij de woning binnenkwam. Hij was degene die kort na het incident het huis betrad en de hulpdiensten waarschuwde. Volgens hem was de situatie schokkend. “Het leek één groot bloedbad. Overal zag ik bloed,” verklaarde hij donderdag tijdens zijn slachtofferverklaring.
De 32-jarige Jesse R. staat in Dordrecht terecht voor de moord op zijn 63-jarige moeder op 16 april vorig jaar. Volgens het Openbaar Ministerie doodde hij haar in haar woning met een bijl. Toen de partner van de vrouw bij het huis aankwam, belde hij aan en keek hij door het raam naar binnen. Daar zag hij de verdachte richting de achterdeur rennen.In zijn verklaring benadrukte de partner dat niemand heeft gezien wat hij direct na het incident aantrof. “Toen ik bezorgd de voordeur opende, zag ik meteen bloedspatten en bloedvegen op de vloer, de deurposten en de muren in de gang,” vertelde hij. “Overal zat bloed: in de woonkamer, op de bank, op de muren, op de ramen, zelfs op het plafond en de gordijnen.”Na de moord vertrok de verdachte met de auto van zijn moeder. Volgens het onderzoek lag het hoofd van de vrouw in een boodschappentas op de passagiersstoel, samen met de bijl. Jesse R. werd later door de politie aangehouden op de A4 bij Schiedam.
De partner vertelde dat hij meteen 112 belde en ondertussen de deuren van het huis in de gaten hield. Hij was bang dat de verdachte zou terugkeren. “Ik was bang dat hij terug zou komen en mij ook iets aan zou doen,” zeihij.Hij liep meerdere keren de woonkamer in en uit. In eerste instantie drong het niet tot hem door dat het hoofd van zijn overleden vriendin ontbrak toen hij naar haar keek. “Ik streelde haar enkels en wreef over haar rug, met het gevoel dat dit het laatste was wat ik nog voor haar kon doen. Het was de laatste keer dat ik haar warmte voelde.”Bijna een jaar later zegt de partner dat de herinneringen hem nog steeds achtervolgen. “Soms denk ik: als ik eerder van huis was gegaan, had ik het misschien kunnen voorkomen. Dat zal ik mijn hele leven meedragen,” vertelde hij. Hij krijgt inmiddels behandeling om met de traumatische ervaring om te gaan. “Maar ik weet dat die beelden nooit helemaal zullen verdwijnen.”

Ook de andere zoon van het slachtoffer, en dus de broer van de verdachte, liet via zijn advocaat een slachtofferverklaring voorlezen. Daarin beschrijft hij hoeveel hij zijn moeder mist. “Ik mis haar elke dag: samen eten na het werk, elke maandag sporten, haar vertrouwen en haar zorg,” schreef hij.Hij stelt zich ook vragen over wat er is gebeurd. “Hoe kan iemand zo ver van de werkelijkheid afstaan dat hij zoiets doet? Hoe kan iemand van zijn moeder houden en toch tot zo’n daad komen?” schrijft hij. “Ik weet dat ziekte bestaat, maar wat er is gebeurd zal ik nooit kunnen begrijpen. En ik zal er nooit mee kunnen leven.”